De Centurion is een Britse tank van na de Tweede Wereldoorlog. Het type dateert nog uit de Tweede Wereldoorlog maar was niet op tijd klaar voor inzet. Hij heeft wel uitstekende diensten bewezen tijdens de Koreaanse Oorlogen dikwijls de prestaties van zijn tegenhangers uit de Verenigde Staten en deSovjet-Unie overtroffen. Het zou één van de meest wijdverbreide tanks worden, die door vele legers over de gehele wereld werd gebruikt en nu nog operationeel is!

Nederland ontving in 1953 zijn eerste Centurions in bruikleen; tot 1956 zouden er 591 instromen in de legerorganisatie. Eigenlijk had men de M47 willen krijgen maar de Centurion werd toch erg goed ontvangen. Eindelijk bezat men een modern en krachtig voertuig in plaats van de afgedankte en roestige Shermans en RAM tanks waarmee men het tot dan toe had moeten stellen. Ieder van de vier divisies kreeg een pantserbrigade met twee tankbataljons en er was een tankbataljon op legerkorpsniveau, dus negen maal 53 tanks voor een totale organieke sterkte van 477. Wel werd het hoge benzineverbruik als een minpunt gezien en ook de onderhoudslast viel tegen: het duurde in de praktijk een volle dag om een motor te vervangen. Behalve de 591 gevechtstanks werden er ook 44 Centurion Armoured Recovery Vehicles Mark 2 (bergingstanks) ontvangen; later zou men daar er nog 22 van aanschaffen.

In 1960 was de Britse aankondiging dat er geen reserveonderdelen meer geproduceerd zouden worden een bijzonder onaangename verrassing. Ter compensatie boden de Britten aan 67 nieuwere Mark 7's te lenen (nog steeds betaald door de Amerikanen); dat zou dan toestaan een even groot aantal oudere tanks uit te faseren en geleidelijk te "kanibaliseren" om onderdelen te leveren. Deze oplossing beviel het Nederlandse leger niets: toen de eerste 33 voertuigen waren aangekomen werden ze weer teruggestuurd met als argument dat ze incompatibel waren met de eerdere voertuigen, puur om de Britten onder druk te zetten van hun besluit af te zien. Als gevolg vindt men in de literatuur ook de aantallen van 624 en 658 ingestroomde Centurions Intussen moest men toch met de mogelijkheid rekening houden dat de hele tankvloot vervangen zou moeten worden. Er werd een speciale Belgisch-Nederlandse commissie opgericht om gezamenlijk naar een nieuwe tank te zoeken. Zo hoopte men de kosten bij aanschaf en onderhoud te drukken. Het Britse besluit werd algemeen als een voorwendsel gezien om Nederland te dwingen de Chieftain aan te schaffen. De Lage Landen hadden echter veel verder reikende ambities: ze wilden aansluiten bij Duits-Amerikaanse projecten om een zeer geavanceerde "supertank" te ontwikkelen — die op den duur zouden uitmonden in de mislukte MBT-70. Omdat zo'n tank heel duur zou worden, probeerde men de politiek al voor te bereiden op de noodzakelijke uitgaven. Er gingen alarmerende persberichten de deur uit en de kranten kopten dat de Centurion reeds in 1966 "in tactisch opzicht volstrekt verouderd" zou zijn. Niet toevallig was 1966 het jaar waarin de onderdelen zouden opraken. In 1963 liep de zaak echter met een sisser af toen de Britten, hiertoe gedwongen door de problemen met de invoering van Chieftain, aankondigden de onderdelenproductie tot minstens 1972 voort te zetten. Minister van defensie Piet de Jong besloot daarop de vervanging van de Centurion uit te stellen.

De tank leidde behalve tot internationale ook tot nationale conflicten. Net zoals die van het Verenigd Koninkrijk moesten de Nederlandse Centurions een zwaarder kanon krijgen om effectief te kunnen worden tegen de T-54. Het bleek echter moeilijk daar een budget voor te vinden. Weliswaar groeide de economie toen erg snel maar dat leidde er juist toe dat de VS, die in de jaren vijftig de helft van de Nederlandse materieelkosten voor hun rekening genomen hadden, hun subsidies stopzetten: de bondgenoot moest nu op eigen benen kunnen staan. Ook was de regering bang dat in tijden van hoogconjunctuur de economie door hogere overheidsuitgaven oververhit kon raken. Men besloot dan ook zuinigjes tot 1967 slechts 275 tanks te verbeteren zodat twee van de vijf tanks in een peloton het sterkere kanon kregen met een inschietmachinegeweer.

Het gebruik van twee verschillende munitietypen in één eenheid zou ook tot grote logistieke problemen leidden en men kon met een relatief geringe extra investering de gevechtskracht van het hele leger aanzienlijk vergroten. Gedurende de jaren zestig werd de organisatiestructuur van het Nederlandse leger fundamenteel gewijzigd. De gemotoriseerde strijdmacht veranderde in een gemechaniseerde waar rupsvoertuigen de snelheid van de operaties bepaalden. Het leger werd daartoe ingekrompen: een divisie hief men op; de 1e en 4e Divisie werden volwaardige gemechaniseerde divisies en de 5e een reservedivisie. In het aantal tankbataljons kwam geen verandering: dat bleef negen maar ze werden nu anders verdeeld. De hoofddivisies kregen ieder vier bataljons en de reservedivisie moest het met eentje stellen, waarvan de tanks ook niet verbeterd werden. De trage Centurion was eigenlijk helemaal niet geschikt voor de dynamische tactiek die nu van hem verwacht werd.

In september 1965 voorzag men al dat er dringend behoefte zou zijn aan een nieuwe tank en men nam een optie van 400 exemplaren op de MBT-70. Dat was een ongelukkige keuze want dit project was nog lang niet uit de ontwikkelingsfase. In 1967 ging men daarom zoeken naar een "short term tank" en in 1968 bestelde men 415 stuks van de Duitse Leopard 1; de spanningen na de Praagse Lente zorgden voor fondsen voor een extra 53 voertuigen, samen genoeg voor zeven bataljons.

De in het terrein tweemaal snellere Leopard was een openbaring voor de tankeenheden; het nieuwe voertuig was ook veel betrouwbaarder en eenvoudiger te onderhouden. In navolging van de Britten die hun Centurions al met The Old Lady waren gaan aanduiden, sprak men nu ook in Nederland wat meewarig van de "Oude Dame". Algemeen verwachtte men dat weldra de 5e Divisie ook wegbezuinigd zou worden; een extra 53 Leopards voor een achtste bataljon zou dan de algehele uitfasering van de Centurion mogelijk maken. Het afscheid van de Centurion zou echter nog vele jaren uitgesteld moeten worden en ironisch genoeg kwam dat juist door een aantal nieuwe bezuinigingsrondes.

Het conflict hierover liep zo hoog op dat men de gemoederen wat wilde bedaren door een oplossing te zoeken die de legertop tevreden zou stellen en toch betaalbaar was. Aan de ene kant zou er op de materieel- en personeelskosten bezuinigd worden, maar men zou aan de andere kant de 5e Divisie in een derde gemechaniseerde divisie veranderen, zodat het Nederlandse legerkorpsvak — tot jaloezie van de bondgenoten — het enige in Duitsland zou zijn met een eigen volwaardige reservedivisie. Ten dele kon dat doordat de 2e en 4e Divisie ieder nog twee ouderwetse infanteriebrigades hadden met drie infanteriebataljons waarvan er dus in totaal vier naar de 5e Divisie overgeheveld konden worden. En verder zou men vijf Centurionbataljons in stand houden zodat het aantal tankbataljons op twaalf gebracht kon worden. Men wilde hiertoe nog eens 94 voertuigen extra met het 105 mm kanon uitrusten tot een totaal van 369; het zouden er door onverwachte omstandigheden slechts 343 worden.

Centurion

 

Soort

Bemanning

4

Lengte

9,854 m

Breedte

3,39 m

Hoogte

3,009 m

Gewicht

51,723 ton

Pantser en bewapening

Pantser

51-152 mm

Hoofdbewapening

105mm-kanon

Secundaire bewapening

2x 7,62 mm machinegeweer

en 12,7 mm machinegeweer

 

Bron: Wikipedia